hàokè – 好客 – Chinese gastvriendelijkheid (deel I)

Shanghai, 28.08.2013 (woensdag)

Op zondag, die in China zoals bekend geen rustdag is, wordt er desondanks in ons weelderige vertrek in de Green Tree Inn uitgeslapen. ’s Middags bezoeken we de beroemde Yü tuin (Yù Yuán – Garden of Happiness), noem het een groen rustoord door urbaan beton ingekapseld, waarbij je ”rust” niet te letterlijk moet nemen. Het is noch een begraafplaats, noch een plek voor meditatie. Yù Yuán is een “toeristische trekpleister” zoals alle nationale monumenten in China. Je bent er dus nooit alleen. De tuin werd aangelegd in 1559 tijdens de Ming-Dynastie (1368–1644).

Yù Yuán, the Garden of Happiness, is rijk aan paviljoenen en vijvers vol goudvissen.

Yù Yuán, the Garden of Happiness, is rijk aan paviljoenen en vijvers vol goudvissen.

In één van de krioelende toeristenstraatjes krijgen we de bescheiden ingeving onze onbeduidende namen in stenen stempels te laten graveren. Met een fijn boortje bewerkt de marktvrouw de kleine steenvlakte. Het resultaat is anders dan verwacht. In plaats van Chinese tekens lees ik mijn naam in het Latijnse alfabet. De tussenvoegsels “VAN DER” zijn buitenproportioneel groot, voor- en achternaam summier leesbaar. Origineel is de compositie wel. Zelf was ik niet op het idee gekomen het onbelangrijkste deel van mijn naam dusdanig nadruk te verlenen.

"Van de oude stempel"

“Van de oude stempel”

Het handwerkje neemt enige tijd in beslag, waardoor we voor onze afspraak met twee oude vrienden van Yang te laat komen. Ook het trefpunt van onze rendez-vous is niet bijzonder helder – een zekere eetgelegenheid in het zoveelste reusachtige winkelcentrum –, en één lid van ons gezelschap is hoogzwanger, zodat elke meter telt. Toch komt het tenslotte tot de verlossende ontvangst op locatie. De jonge serveerster spreekt onze vriend en gastheer met “Gēge” (哥哥), grote broer, aan. Dat suggereert een zekere vertrouwdheid en maakt ook meteen de hiërarchie duidelijk. Gēge doet de bestelling voor het hele gezelschap naar eigen goeddunken zoals het de goede, Chinese gastheer betaamt. Niet dat ik de menukaart had kunnen lezen overigens. Al spoedig buigt de tafel zich onder een overvloed aan boordevolle schotels en borden: een mij onbekende vissoort, vlees, tofoe, soep, Noord-Chinese koeken en wat niet al. “Chī ba” (吃吧), spoort älterer Bruder (het gezelschap spreekt ook nog Duits) ons aan, “tast toe” (chī betekent eten).

Straatbeeld van de toeristische buurt rondom Yù Yuán. Paraplu's, beveiligingscamera's en in de achtergrond een wolkenkrabber in aanbouw.

Straatbeeld van de toeristische buurt rondom Yù Yuán. Paraplu’s, beveiligingscamera’s en in de achtergrond een wolkenkrabber in aanbouw.

Maandag staan we vroeger op, eten de restjes van het avondmaal van de vorige dag en nemen de metro naar het centraal station. Het immense bouwwerk overtreft alle denkbare dimensies van een treinstation en zou net zo goed een luchthaven kunnen zijn. Opnieuw ontbreekt de menselijke maat. Tel daar de rigide veiligheidsmaatregelen bij op en je kunt je voorstellen wat voor vriendelijk-verwelkomende indruk de stationshal op mij maakte. Bagage en kleding van de burger worden grondig gescand en op de aanwezigheid van wapentuig gecontroleerd. Een klein mesje is een potentieel steekwapen. Of komt u hier soms appels schillen? Voor de spontane aanschaf van een krant (*Zhèli yǒu yīngwén bào ma?) op het station ben je op dit streng beveiligde terrein aan het verkeerde adres. Ongenodigden zijn in dit paleis der mobiliteit niet welkom, om niet te zeggen, ze worden uit hetzelve geweerd. Het vertrouwde beeld van de in zijn baard mompelende zwerver met hond en koffiebeker of zijn Chinese equivalent ontbreekt volledig. Naar signalen van alcoholisten en andere consumenten van roesmiddelen speurt het oog vergeefs. Men mag zonder geldig vervoersbewijs zelfs geen voet op het perron zetten. Alleen de betalende passagier mag deze exclusieve zone betreden en wel niet eerder dan dat de trein is gearriveerd.

De Chinezen bij de toegangspoorten van het transportcentrum blijven schijnbaar onbewogen onder de safety precautions. Men laat de statelijke controles geschieden, overigens niet zonder voor te dringen en mensen opzij te duwen, de eigen tijd waardevoller inschattend als die van vreemden. Erg galant kun je – in het algemeen gesproken – het Chinese optreden in de openbare ruimte niet noemen. Wel imponeert de vitaliteit, die zich in de geluidssterkte, het gesjor en de uitgestoken elleboog manifesteert. Misschien is het een metafoor voor de overlevingsstrijd, die zich in deze urbane centra afspeelt; hier, waar de menselijke soort zo ongekend sterk is vertegenwoordigd. Wie getuige wordt van dergelijke onbeschoftheid, vraagt zich onwillekeurig af wat de Chinezen als volk bijeenhoudt, schijnen ze toch niet bijzonder op elkaar gesteld te zijn. Hoe kunnen meer dan 1 miljard burgers van dezelfde staat bij alle schijnbare homogeniteit daadwerkelijk een eenheid vormen?

De trein is van het kaliber van een Duitse Regiobahn, maar wekt door de opgeblazen fauteuils een verrassend huiskamerachtige sfeer, zij het ook dat velen staand reizen. Verticaal reizen is goedkoper dan een zitplaats. Vredige Chinese liederen begeleiden de reizigers naar hun bestemming. Dit muzikale decor brengt zelfs de meest krijgslustige gemoederen tot bedaren. Na een uur reistijd arriveren we goed geluimd in SuZhou, een miljoenenstad, waar we Yangs “grootouders” zullen bezoeken.

Te gast bij de grootouders.

Te gast bij de grootouders.

Straatbeeld van de miljoenenstad Suzhou, aan de rand van het historisch centrum.

Straatbeeld van de miljoenenstad Suzhou, aan de rand van het historisch centrum.

We treffen het oude echtpaar in hun woning op de benedenverdieping van een flatje aan, nadat Yang enkele keren “oma” door het gaas van het openstaande raam heeft geroepen. Enigszins hongerig na het bescheiden ontbijt en de treinreis watertanden we bij het zien van de diverse spijzen, die op de tafel in de woonkamer op ons wachten. Grootvader, die slecht ter been is en beter kan zitten dan staan, heeft meerdere uren in de kleine keuken doorgebracht en schenkt al spoedig een hartversterkend middel op rijstbasis uit Xinjiang (de reusachtige provincie in het noordwesten van China) in de kleine glaasjes.

*Zhèli yǒu yīngwén bào ma? – 这里有英文报吗?– verkopen jullie ook Engelse kranten?

Advertenties

De Bund

Shanghai, 27.08.2013 (dinsdag)

Na de voorstelling nemen we van de twee vriendinnen afscheid. We verplaatsen ons te voet richting “Bund”. De avondlucht ist zwoel en drukkend. Bij een straatverkoper schaffen we een veelkleurige paraplu aan. Er is regen op komst.

Achter de rivier ligt Pudong, een relatief nieuw stadsdeel dat zich de laatste 25 jaar razendsnel heeft ontwikkeld. Het is nu de vestigingsplaats van IT- en andere hightech-bedrijven en Pudong's wolkenkrabbers vormen het stadsbeeld van het hedendaagse Shanghai.

Achter de rivier ligt Pudong, een relatief nieuw stadsdeel dat zich de laatste 25 jaar razendsnel heeft ontwikkeld. Het is nu de vestigingsplaats van IT- en andere hightech-bedrijven en Pudong’s wolkenkrabbers vormen het stadsbeeld van het hedendaagse Shanghai.

Het blijkt nog een lange weg naar de Bund. Daar treffen we tenslotte een duur ogende verzameling van flats en bankgebouwen aan, te midden waarvan de troebele wateren van de Huangpu-rivier stromen. Zelfs op dit late avonduur slenteren nog heel wat lieden over deze bedorven riekende boulevard en fotograferen zich met de aan-en-uit-knipperende wolkenkrabbers. Dit is dus Shanghai! Dit is de “Chinese Dream” van Xi Jinping. Overal zijn mensen. Overal. De rivier ligt breed en donker voor ons. Daarachter een zee van licht, felle kleuren.

Ik ben onder de indruk. Later vraag ik me af waar dan eigenlijk het historische stadscentrum van Shanghai is. Of kruipt hier het nieuwe beton slechts over het oude heen? Waar zijn al die bescheiden huisjes, die kronkelende daken en muurtjes gebleven?  Tegen deze blinde bouwkoorts schijnt niets opgewassen. Het oude wordt verzwolgen, gesmoord in beton.

In het avondlicht viel niet veel over de waterkwaliteit van de 97 km lange rivier te zeggen, maar niemand zwom.

In het avondlicht viel niet veel over de waterkwaliteit van de 97 km lange rivier te zeggen. Hoe het ook zij, niemand zwom.

Mao en anti-revolutionaire katten

Shanghai, 25.08.2013 (zondag)

Het is al middag als we Mao Zedong, die vriendelijk zijn hand opsteekt (volgens de studenten alhier om 5000 Yuan collegegeld te vragen), kunnen begroeten. Het eerder onbescheiden uitgevallen standbeeld voor de kleine en gedrongen politicus, de grote voorzitter ofwel chairman Mao, schijnt met zwijgende eensgezindheid te worden genegeerd, behalve door westerse toeristen (incl. ondergetekende), die bij het zien van de grote Leider gretig naar hun camera grijpen en lachend voor de kopman van de Lange Mars stelling nemen.

Mao Zedong begroet hier 4 decennia na zijn overlijden de bezoekers van de universiteitsbibliotheek. Hoewel zijn gedachtegoed van tafel lijkt te zijn geveegd, is zijn beeltenis nog steeds tamelijk aanwezig in China (o.a. op de biljetten van de Rénmínbì). Zijn betekenis voor China in de twintigste eeuw blijft ambivalent en vormt een nog voort te schrijven hoofdstuk.

Mao Zedong begroet hier 4 decennia na zijn overlijden de bezoekers van de universiteitsbibliotheek. Hoewel zijn gedachtegoed van tafel lijkt te zijn geveegd, is zijn beeltenis nog steeds tamelijk aanwezig in China (o.a. op de biljetten van de Rénmínbì). 

Op het tamelijk uitgestrekte campusterrein lopen her en der mensen voorbij; grotendeels jonge, Chinese studenten. De campus is als een groene oase omringd door een woestijn van beton. De studenten kunnen sinds vorige maand vakantie vieren, voor zover plichten hen daarvan niet afhouden. Militaire plichten bijvoorbeeld. Talrijke dàxuéshēng (studenten) moeten in deze zomerweken namelijk de militaire dienstplicht vervullen. Vandaar ook de jonge mannen én vrouwen in groene camouflagepakken en te grote schoenen. De studie lijdt eronder niet al te zeer. Het diensttraject duurt slechts drie weken.

Het is drukkend warm. Ik zweet en alles schijnt aan mijn huid te kleven. De stadslucht is verstikkend. Weinig zou ik er onder deze omstandigheden voor voelen om met een rode vlag te zwaaien of op andere wijze aan dit nationale circus deel te nemen. Ik betwijfel echter of vrijstelling (uit gewetensgronden en andere, luxueuze overwegingen) mogelijk is en/of deze de Chinese studenten bij hun carrièreplanning van voordeel zal zijn.

Het campusterrein van de Tongji-Universiteit gezien vanuit de universiteitsbibliotheek.

Het campusterrein van de Tongji-Universiteit gezien vanuit de universiteitsbibliotheek.

Ook zijn we die dag te gast in het kantoortje van Song Tao Ran, een vriendin van Yang, in de afdeling voor geologie, en betreden we het departement voor germanistiek, waar in eerste instantie de Mandarijnse tongval wordt gebezigd. Opvallend is de abrupte overgang van zwoel-drukkend-heet naar kunstmatig koel bij het binnengaan van de luchtgeconditioneerde ruimte. Het bezwete lichaam weet nauwelijks wat hem overkomt. Verkoudheid ligt op de loer. Ondanks de extreem droge lucht is het binnen beter uit te houden. De campus bevalt me wel. Er zijn winkels, fietsenmakers, parken, bruggen, cicaden en sprinkhanen. Rondom bruist het straatleven. Hoe zou het zijn om hier te studeren, te doceren of te promoveren?

’s Avonds bezoeken we met twee vriendinnen van Yang het Yifu-theater, waar we een fraai staaltje (zeer anti-revolutionaire) Peking Opera voor de kiezen krijgen. Op de achterste rij van de ruime zaal schetst Yang in grote lijnen het verhaal: het gaat om een jong, fris getrouwd paartje. De vrouw wordt door een dief overvallen en gewurgd. Haar geliefde wordt bij het lichaam aangetroffen en van de moord beschuldigd. De held van het stuk, de onbaatzuchtige beambte Bao, wordt gestuurd om orde op zaken te stellen. Hij daalt tenslotte naar de onderwereld af om met de koning van ’t geestenrijk te discussiëren om zo eerherstel voor de weduwnaar te verkrijgen.

https://i2.wp.com/arts.imextrade.ru/cms_files/Image/chinese_arts/opera_pic1.jpg

De opvoering bestaat uit een mengsel van muziek, zang, poëzie, toneel, acrobatiek en dans. Deze verschillende componenten dienen steeds het geheel. Gezongen wordt in het Hoogchinees en in (een oudere vorm van) het Peking-dialect. Geen onderdeel van deze Chinese kunst dat niet aan strenge regels onderworpen is, legt mijn vriendin mij uit. Als ik zeg dat de muziek eigenlijk nog het meest klinkt als een dronken kater, die chansons van Edith Piaff ten beste geeft, – verwrongen, vaak in de hoogte schietend, soms met krachtige uithalen aan het eind van de zin – dan is dat mijn boosaardige mening. Bij een vocale uithaal juicht (OH!) en klapt het publiek luid. Dat schijnt een soort geplogenheid te zijn en is een vermakelijkheid op zich. Ook de bewegingen en de mimiek volgen secuur bepaalde regels. Erg indrukwekkend zijn de kostuums, maskers en schmink. De muziek wil me niet zonder meer goed in het oor vallen. Het is niet alleen dat ik de woorden niet versta, ook de “oosterse” melodieën bevreemden. Uit de taalwetenschap is bekend dat het oor alleen die klanken herkent, die in het eigen taalrepertoire voorkomen. Dit werkt als een soort filter, die vreemde klanken als het ware afzondert. Misschien geldt hetzelfde voor onbekende, muzikale structuren? Ik denk het wel, want ’s nachts spoken flarden opera door mijn dromen. En woest kattengemiauw achtervolgt mij, terwijl ik over de duistere daken van Shanghai spring.

空调 – Kòngtiáo – Klimaanlage

Shanghai, 24.08.2013 (zaterdag)

Gisteren hebben we de gehele namiddag, avond en nacht in de weinig riante, maar koele hotelkamer doorgebracht, slapend, geen besef van plaats en tijd hebbend. Andere indicaties dan de vroege inval van de duisternis en het geleidelijk verflauwende en dan weer aanzwellende leven op de straten van Shanghai bereikten ons niet. Het onbehagen van de reis scheen nu – schoon in een fris bed liggend – een boze droom uit het verleden. Onafgebroken zoemde zacht boven het tweepersoons bed de airconditioning, op afstand te bedienen en het beste middel om in de zwoele nachthitte tot enige rust te komen.

Het enige venster in de bescheiden hotelkamer.

Het enige venster in de bescheiden hotelkamer.

Omdat mijn rugzak ergens onderweg is blijven steken, trekt Yang kort na aankomst in de Green Tree Inn eropuit om in de omgeving van Chi Feng Lo de belangrijkste inkopen te doen, waaronder wat vervangende kledij voor mij, een Chinese telefoonkaart alsook eten en drinken. Van het aanvankelijke voornemen later op de dag nog de monsterlijke stad ”in te gaan”, komt dus niets meer, hoewel de stad in zijn luidruchtigheid af en toe naar ons toe scheen te komen.

Vandaag ontbijten we in een restaurant van een grote Taiwanese fastfood-keten: gevulde stoombroodjes, soep en sojamelk. Vervolgens duiken we de drukke straat in om een paar sandalen te vinden en aansluitend de Tongji-Universiteit te bezoeken, waar Yang 5 jaar lang gewoond en gestudeerd heeft.

Vliegkramp

Shanghai, 23.08.’13 (vrijdag, 17:00 (lokale tijd))

We vertrekken. Twee personen inclusief vijf stuks bagage vertrekken vanuit Regensburg op 21 augustus kort voor zonsopgang naar München Flughafen. Probleemloos komen we enkele uren later aan op Schiphol. Daar wacht het vliegtuig naar China!

Of toch niet!? De vlucht naar Peking blijkt geannuleerd om niet nader aangeduide redenen. We zoeken onze toevlucht in Hotel van der Valk en brengen daar de resterende dag in luxe en welzijn door.

Een zwarte kat slaat ons gade...

Een zwarte kat slaat ons gade…

De volgende middag vertrekken we dan toch! Vlucht om 13:40 (22.08.) naar Bejing. Duur: ca. 9-10 uur. We hebben plaatsen in de staart van ’t vliegdier.

De aantrekkingskracht van de aarde maakt de gedachte uit 10 km hoogte neerwaarts te storten niet aantrekkelijker. Niemand schijnt bovendien echt voor de gelegenheid te zijn gekleed. Noch voor de koude, noch voor de formaliteiten na de afdaling. De notie op het Russische vasteland mijn beenderen te versplinteren is voldoende om de slaap op afstand te houden. Of is het misschien helemaal niet zo erg en ben ik onnodig ongerust?

Mijn angsten worden uiteindelijk verdreven door maagkrampen die meerdere wc-bezoeken vereisen. De vrees mijn naam aan een lange lijst van vliegtuigongelukken toe te voegen, weegt niet op tegen de lichamelijke kwelling van borrelende maagsappen, die klotsend tegen mijn maagwand aanslaan. Eerst naar het toilet, dan veilig neerstorten, herhaal ik tegen mijzelf. Ik strijd op eenzame hoogte onder het geraas van de motoren. Daarop wordt mij een grote opluchting ten deel. Ik kan weer vrij ademen. Het wordt mij plotseling duidelijk hoe aangenaam vliegen kan zijn, zodat ik dit ritueel nog enkele keren herhaal.

Wat is juist? A. De ganzen bevinden zich op gelijke hoogte met het vliegtuig. B. De ganzen vliegen lager.  C. Het vliegtuig stoort het ganzentransport door opzettelijk door hun formatie te vliegen. D. De ganzen observeren slechts  het luchtruim om niet-geganzificeerde vliegobjecten te onderscheppen.

Wat is juist?
A. De ganzen bevinden zich op gelijke hoogte met het vliegtuig. B. De ganzen vliegen lager.
C. Het vliegtuig stoort het ganzentransport door opzettelijk door hun formatie te vliegen.
D. De ganzen observeren slechts het luchtruim om niet-geganzificeerde vliegobjecten te onderscheppen.

Ietwat loom en brak verlaten we tenslotte de vliegmachine. Eindelijk weer asfalt onder de voeten! Onmiddellijk word ik ook de lichtelijk klamme lucht van Bejing gewaar. Het is nog koel en nevelig in de ochtendschemering. Een zweem van warmte drijft echter al in de lucht.

Omdat we één dag later uit Schiphol zijn opgestegen, loopt nu ’t één en ander grondig in de soep. Onze gegevens van de aansluitende vlucht naar Shanghai zijn niet meer actueel, wat tot veel verwarring alsook lichte paniek leidt. Zonder geldige reservering kunnen we maar lastig verder fladderen… En wat een chaos! Hier wacht niemand braaf op zijn beurt. Men schiet dwars door alle linies heen. Zelfs Yang! Die dit spel tot mijn niet geringe verbazing goed beheerst en niet zo timide is als ikzelf, en bovendien grote standvastigheid toont.

Dan duikt uit het niets een mannetje op met de mededeling dat we onze bagage hebben vergeten af te halen. Af te halen? Half wakker, half slapend zetten we de achtervolging in. Daar is Yangs rugzak en koffer. Mijn rugzak maakt geen deel uit van de wagenlading met koffers en tassen in het onderaardse gewelf van de reusachtige luchthaven. Een nieuw avontuur volgt. In halfslaap kijk ik toe, terwijl Yang formulieren invult en druk in gesprek is. Ik begrijp uiteraard geen woord en kan niet veel doen om de bureaucratische last te verlichten. Mij rest niets anders dan mijn eigen last te verlichten door een tijdelijke stamgast van de luchthaven-toiletten te worden.

Uiteindelijk vliegen we ’s ochtends om 9 uur naar Shanghai en komen daar om 11 uur aan. Van Air China ontvangen we ter compensatie van ons ongerief witte badslippers, extra zorg en glimlachjes van de stewardess.